De rode draad in het reglement is dat een lid soldaat (dienstplicht of beroeps) dient te zijn geweest. De opschorting van de dienstplicht geeft een steeds nijpender probleem.
Tijdens de Franse Tijd (1795-1813/1815) in Nederland en België werd de conscriptie, ofwel dienstplicht, ingevoerd. Dit hield in dat jonge mannen, de zogenaamde lotelingen, door het lot werden aangewezen om in het Franse leger te dienen.
De eerste Belgische strijdkrachten bestonden voornamelijk uit vrijwilligers, georganiseerd in vrijkorpsen, die spontaan in verschillende steden werden opgericht.
De dienstplicht werd ingevoerd en de wet op de Militie van 8 mei 1847 bepaalde de leeftijd van de dienstplichtige op 19 jaar.
De wet van 1909 in België introduceerde een persoonlijke dienstplicht, waardoor elk gezin één zoon onder de wapens moest dienen.
De wet van 1913 introduceerde de algemene dienstplicht. Dit betekende dat alle geschikte mannelijke burgers in principe verplicht in het leger moesten dienen.
Tijdens het interbellum en de Tweede Wereldoorlog was het Belgische leger voornamelijk gebaseerd op dienstplichtigen en reservisten. In 1938 waren er bijvoorbeeld ongeveer 45.000 dienstplichtigen onder de wapens, naast beroepspersoneel.
Tijdens de Koreaanse Oorlog (1950-1953) meldden zich Belgische en Luxemburgse vrijwilligers aan om aan de kant van Zuid-Korea te vechten tegen het communistische Noord-Korea en China. In totaal vertrokken 3171 Belgische en 78 Luxemburgse vrijwilligers, waarvan een groot deel deelnam aan gevechtshandelingen. Van de Belgisch-Luxemburgse vrijwilligers sneuvelden 106.,
In 1963 werd de burgerdienst ingevoerd, waardoor gewetensbezwaarden een alternatieve dienst konden vervullen bij de Civiele Bescherming of in de socio-culturele sector. Deze dienst was echter langer dan de militaire dienst.
In 2 juni 1975 traden de eerste vrouwelijke militairen (bij de marine) in dienst. Zij werden o.a. in kwartier majoor Housiau in Peutie opgeleid.
Met de wet van 31 december 1992, welke op 8 januari 1993 in het Belgisch Staatsblad verscheen, werd de militaire dienstplicht in België opgeschort. De laatste lichting dienstplichtigen in België zwaaide af in 1995, maar het jaar 1993 markeerde het einde van de reguliere oproepen en werden enkel nog degenen opgeroepen die verdaging hadden gevraagd of gekregen.
Sinds 1995 is het Belgische leger een beroepsleger, waarin soldaten vrijwillig dienen.
In 2002 eindigde de Belgische militaire aanwezigheid in Duitsland (Bsd).
De dienstplicht kan echter terug door een eenvoudig besluit van de minister van Defensie, afhankelijk van de geopolitieke dreiging. worden ingevoerd. De oorlog in Oekraïne heeft in meerdere Europese landen het debat over de herinvoering van de dienstplicht opnieuw doen oplaaien. Momenteel kennen acht landen in de EU militaire dienstplicht: Cyprus, Denemarken, Estland, Finland, Griekenland, Litouwen, Oostenrijk en Zweden. Duitsland, Frankrijk en Polen overwegen om ze opnieuw in te voeren.




Plaats een reactie